(printvriendelijke pagina)

INSPECTIE.

1. De spanbanden en alle onderdelen dienen tenminste eenmaal per jaar door een deskundige te worden gecontroleerd.

2. Afhankelijk van de toepassingseisen en de omstandigheden dienen zonodig tussentijdse visuele controles te worden verricht, opdat beschadigde spanbanden onmiddelijk van verder gebruik worden gecontroleerd.

3. In geval van scheuren, in het bijzonder dwarsscheuren of kerven, breuken of bedenkelijke corrosie verschijnselen, respectievelijk schade aan span-of verbindingselementen, dienen de desbetreffende spanbanden van verder gebruik te worden uitgesloten.

4. Bij een meer dan 5% verwijding (in de bek van den haak) of vervormingen van algemene aard, alsmede bij herkenbare blijvende vervorming in onderdelen van die span- of verbindingselementen die in de praktijk optredende krachten moeten opvangen, dienen die onderdelen als beschadigd te worden aangemerkt en te worden verwijderd.

5. Spanbanden dienen te worden afgekeurd als er sneden en/of breuken in het bandweefsel zijn ontstaan.

6. Reparaties aan spanbanden mogen uitsluitend door de fabrikant of door de fabrikant gemachtigde personen worden uitgevoerd. Uitsluitend dien spanbanden kunnen worden gerepareerd waarvan op het etiket van de fabrikant, de toelaatbare trekkracht en het materiaal kunnen worden vastgesteld.



GEBRUIK.


1. Er mogen uitsluitend onbeschadigde spanbanden worden gebruikt.

2. Spanbanden mogen uitsluitend worden belast tot ten hoogste de op de label aangegeven toelaatbare trekkracht.

3. Spanbanden mogen niet over scherpe randen en/of ruwe oppervlakten worden getrokken, tenzij zij voorzien zijn van een goede bescherming.

4. De Spanbanden dienen gelijkmatig over de te borgen lading te worden verdeeld.

5. Spanbanden mogen niet als bevestigingsmiddel worden gebruikt. Spanbanden zijn niet gemaakt om mee te hijsen.

6. Haken mogen niet op de punten worden belast, tenzij het een haak betreft die speciaal voor dit doel gemaakt is.

7. Span- en verbindingselementen mogen niet op hoeken rusten, opdat ze niet aan buigbelasting worden blootgesteld.

8. Er mogen, om een hogere voorspandkracht te bereiken, geen extra verlengstukken aan de spanhendel van de door de fabrikant geleverde spanelementen worden aangebracht, tenzij uit de handleiding uitdrukkelijk blijkt dat dit is toegestaan.

9. Bij ratelgespen, mag het aantal windingen niet minder dan 1,5 en niet meer dan 3 zijn.

10. Na breuk of vervorming van een verbindingselement of onderdeel van een spanelement mogen de spanbanden waarvan deze onderdeel uitmaken, niet        meer worden gebruikt.

11. Spanbanden mogen niet als bevestigingsmiddel worden gebruikt. Spanbanden zijn niet gemaakt om Spanbanden dienen te worden bewaard in droge, matig verwarmde ruimten, afgeschermd tegen zonlicht en beschermd tegen mechanische beschadigingen. Spanbanden mogen niet in de nabijheid van vuur of op plaatsen met verhoogde temparaturen worden gedroogd of bewaard.

12. Bij de opslag van spanbanden dienen speciale voorschriften van de fabrikant ten aanzien van de invloeden van chemicalien in acht te worden genomen.

13. Wanneer spanbanden met chemicalien in aanraking zijn gekomen, dienen deze direct te worden geneutraliseerd.

 

 

 

 

De Spanbandgigant

Stakenbergweg 186
8075 RC Elspeet

(0031)0577-760056
(0031)06-13928788

info@spanbandgigant.nl
www.spanbandgigant.nl